Stotteren
Stotteren is een spraakstoornis waarbij de spraakbeweging niet vloeiend verloopt. Klanken of lettergrepen worden herhaald of verlengd, of met veel spanning uitgesproken. Daarnaast kunnen zich begeleidende symptomen voordoen, zoals het meebewegen van de gezichtsspieren, een verstoring van de adem, transpireren en spanning tijdens het spreken. Volwassenen die stotteren vermijden vaak bepaalde woorden of klanken om het stotteren te verminderen, waardoor het stotteren een grote invloed heeft op de communciatie. Lees hier wat logopedie kan betekenen bij stotteren.
 

Broddelen
Broddelen is spraakstoornis, die zich uit als een niet-vloeiende of aritmische, moeilijk verstaanbare spraak. Opvallend zijn een slappe uitspraak en een hoog spreektempo, het ineenschuiven van woorden (bijvoorbeeld 'tevisie' in plaats van 'televisie'), stopwoordjes, snelle woordherhalingen en klankherhalingen, en moeilijkheden met het formuleren van gedachten, ook schriftelijk. Doordat er bij broddelen herhalingen van woorden en klanken zijn, lijkt het soms op stotteren. Een duidelijk verschil met stotteren is dat de broddelaar niet opmerkt dat zijn spreken herhalingen en onduidelijkheden vertoont en de stotteraar meestal wel. Lees hier wat logopedie kan betekenen bij broddelen. 

Dysartrie
Dysartrie is een spraakstoornis die wordt veroorzaakt door een beschadiging van het zenuwstelsel, waardoor de spieren die nodig zijn voor de ademing, de stemgeving en de uitspraak onvoldoende samenwerken. Oorzaken van dysartrie zijn bijvoorbeeld een beroerte (CVA), een hersentumor, een ongeval, een spierziekte of een neurologische aandoening. Dysartrie kan zich uiten in onduidelijke spraak, een te zachte stem, een hese stem, een eentonige stem,  nasaal spreken of een combinatie hiervan. Lees hier wat logopedie kan betekenen bij een dysartrie. 

Nasaliteitsprobleem
Men spreekt van een nasaliteitsstoornis of neusspraak wanneer de resonantie (de klank) van de spraak afwijkend is: de spraak klinkt te veel of juist te weinig door de neus. Tijdens het spreken moeten de meeste klanken door de mond worden gevormd. Het zachte gehemelte wordt hierbij opgetrokken, zodat er geen lucht door de neus ontsnapt. Slechts bij drie spraakklanken, de /m/, /n/ en /ng/, is er geen afsluiting nodig, zodat deze klanken door de neus klinken. Als er te veel lucht door de neus gaat is de spraak vaak moeilijk te verstaan, als er te weinig lucht door de neus gaat klinkt de spraak verstopt. Lees hier wat logopedie kan betekenen bij nasaliteitsproblemen.